Groningen - Brouwerij Het Witte Paard (Witte Paartje) - Peperstraat ± 1781 - 1835

Peperstraat'
Huidige situatie Peperstraat 23 Groningen - foto © Harry Pinkster 2026.

Huidige locatie op de kaart
Huidige locatie op de kaart
Op deze pagina informatie over Brouwerij Het Witte Paard, aan de Peperstraat in Groningen.
Het is de tweede brouwerij onder deze naam die actief is geweest in de stad Groningen. Naast deze brouwerij in de Peperstraat kennen we ook nog de brouwerij het Witte Paard aan het Schuitendiep. De naam van de brouwerij in de Peperstraat werd in de archieven ook weergegeven als Brouwerij het Witte Paartje. Het is in elk geval duidelijk dat de brouwerij aktief was vanaf 1781, maar het is zeer waarschijnlijk dat de brouwerij werd gestart rond 1735. Om dit te kunnen bevestigen moet er nog aanvullend bewijs worden gevonden in de Groninger Archieven.

Middels de gevonden artikelen op Delpher wordt overigens pas in 1807 de naam en locatie van de brouwerij gekoppeld aan eerdergenoemde eigenaren. Daarmee weten we in elk geval zeker dat het vanaf 1781 om brouwerij Het Witte Paard moet gaan.

Ook is de exacte locatie van de brouwerij vastgesteld. Het gaat om de huidige Peperstraat 23. We weten dit omdat de brouwerij bij de invoering van het kadaster in 1832 op naam stond van Regnerus Tjaarda de Cock. Het perceel stond destijds bekend als sectie G, perceel 1007 (en/of 1008). In de toenmalige wijkindeling betrof het wijk 2, nr 182 wat later werd omgenummerd naar Peperstraat 23.

Eerste eigenaar: H.Ph.Mees.
In een akte in het Rechterlijk Archief Groningen (Proprotocollen/transportakten van Huizen) uit 1781 staat een vermelding gevonden van de aankoop van het huis, een mouterij en een brouwerij in de Peperstaat in Groningen vermeld. Opvallend hierbij is dat de koper, Hitzerus Phoebus (H.Ph. Mees) als graanhandelaar staat vermeld. De graanhandel van Mees kon daarmee voor een directe toevoer van gerst en tarwe zorgen. Van de aankoop is geen vermelding gevonden in een van de regionale dagbladen uit die tijd. Wel is er een advertentie gevonden in de Groninger Courant van 09-11-1781 waarbij H.Ph. Mees voornemens is zijn herberg Chrispyn te verkopen aan de Prinssen Hofstraat in Groningen. Wellicht dat de verkoop van de herberg, een paar honderd meter verderop gelegen, de aankoop van de brouwerij moest financieren.

wittepaardp3

Uit de jaren er na zijn er een paar advertenties in de Groninger en Ommelander Courant gevonden, waarbij Hitzerus Phoebus Mees ageerde tegen de doorgevoerde prijsverhogingen van oa het Kluinbier die door het Groningse biergilde werd aangekondigd, Bijzonder daarbij is zijn advertentie van 23-12-1794 waarbij hij aangeeft dat de bierprijzen zonder zijn toestemming zijn verhoogd en dat hij zijn bieren blijft verkopen voor de prijs van voor de "Gilde-Rolle" op 1 januari 1790. De prijzen waren door het gilde verhoogd vanwege de aanhoudende hoge prijs van het graan. Waarschijnlijk had Mees, als graanhandelaar, daar minder last van dan de andere gildeleden.

wittepaard1

Toch werd hij verplicht ook zelf de bierprijzen te verhogen want in de Ommelander Courant van 30 december in hetzelfde jaar moest H.Ph.Mees een en ander rectificeren. Hem was namelijk door de burgemeester en raad van Groningen een soort dwangbevel (Copie der Apostille) opgelegd. Hierin werd hij gesommeerd zich aan de vastgestelde verhoging te houden. Mees gaf daarbij nog wel even aan dat hij de verhoging nog steeds onnodig vond en dat hij beloofde dat zijn bieren wel van een betere kwaliteit zouden zijn.

wittepaard3

In een advertentie op 10-11-1795 gaaf H.Ph.Mees, samen met drie andere brouwers, daarna wel weer mee met een prijsaanpassing van het Kluinbier. Hij wilde zich blijkbaar niet nog een keer branden aan een van het gilde afwijkende bierprijs.
Vijf jaar later, in 1800 kondigden de gezamenlijke Groningse brouwers, vanwege de aanhoudende hoge graanprijzen, nogmaals aan dat de bierprijzen zouden worden verhoogd. Er werd gesproken over Kluinbier, Stuivers bier, Blanken bier en Kromster bier.

In juli 1803 kondigde Mees aan dat hij voornemens was zijn brouwersgereedschap, waaronder een zo goed als nieuwe grote koperen ketel en drie kuipen te koop aan te bieden. Of het daadwerkelijk tot een verkoop is gekomen is niet bekend. Een half jaar later, op 24 januari 1804, overleed H.Ph. Mees en werd de brouwerij in februari en mei van dat jaar nogmaals te koop aangeboden.

Tweede eigenaren: A.G. Mees en J.H.Boer.
Het wilde blijkbaar niet vlotten met de verkoop van de brouwerij van in een advertentie van 9 mei 1806 gaven dochter Abelia Geertruida Mees en schoonzoon Jan Hindriks Bour (Boer) te kennen dat ze voornemens waren de "thans stilstaande" brouwerij van wijlen hun vader weer aan de gang te brengen. De officiële heropening stond gepland op 1 november 1806, waarbij tevens werd aangegeven dat de brouwerij ook het maken van en verkopen van mout en koffiemout ging voortzetten.

wittepaard1

Lang hebben Jan Hindrik en Abelia niet kunnen genieten van hun brouwerij want iets meer dan twee maanden later, op 4 januari 1807, overleed Jan Hindrik in zijn huis aan de Peperstraat.

Derde eigenaar: G.R. de Cock.
De brouwerij kwam daarmee in de verkoop en werd gekocht door Gerhard Regnier (G.R.) de Cock. Hij meldde in de Ommelander Courant van 27-02-1807 dat hij door aankoop eigenaar was geworden van de oude gerenommeerde, door Oh. Mees gepossedeerde (geëxploiteerde) en door wijlen J.H.Boer onlangs vernieuwde brouwerij (het Witte Paard) in de Peper straat. In dit artikel komen dus de brouwerijnaam, locatie en eerdere eigenaren samen.

wittepaard1

In de periode 1812 tot en met 1817 worden door G.R. de Cock, samen met enkele andere Groningse bierbrouwers diverse malen prijsverhogingen, maar ook prijsverlagingen in het Groninger Advertentieblad aangekondigd.

Laatste eigenaar: R.T. de Cock.
Op 25 april 1820 komt Gerhard Regnier te overlijden en wordt de brouwerij voortgezet door zijn zoon Regnerus Tjaarda (R.G.) de Cock. Het blijft daarna, althans in de kranten uit die tijd, een paar jaar stil rond het Witte Paard, maar op 7 december 1932 geeft Regnurus aan dat hij naast zijn bierbrouwerij ook een wijnhandel is begonnen.

wittepaard1
In een advertentie van 9 januari 1835 presenteert hij zich enkel en alleen nog als wijnhandelaar. De activiteiten als bierbrouwer zijn waarschijnlijk op dat moment al gestopt en in een advertentie uit de Groninger Courant van 27 juni 1837 werd de verkoop achter het huis van de Cock in de Peperstraat, van een partij afbraak van de voormalige brouwerij te koop aangeboden.
Uiteindelijk werden het pand aan de Peperstraat, tezamen met oa twee korenzolders, op 28 januari 1847 door Regnerus Tjaarde te koop aangeboden.

wittepaard1
Gegenereerde afbeelding m.b.v. ChatGPT
Helaas is er op dit moment geen tastbare verwijzing naar brouwerij het Witte Paard zichtbaar in de Peperstraat. De bijgaande afbeelding, gemaakt met ChatGPT en uitgaande van de huidige situatie, laat zien hoe het er tegen het einde van de 18e, begin 19e eeuw ongeveer moet hebben uitgezien.
De advertenties op deze pagina zijn gevonden via Delpher